2017 is een bijzonder Jane Austen jaar. We herdenken dat Austen 200 jaar geleden stierf, maar vieren vooral haar leven en haar werk. Schrijfster Anke Werker en illustrator Sanne van der Bruggen doen dat met hun maandelijkse column ‘Happy Jane Year’. Dit is de vijfde aflevering.

Op een dag als vandaag – zo’n zonnige, nog niet erg warme voorjaarsdag – maakten Jane en Cassandra vast een middagwandeling. Om te genieten van het mooie weer. Naar Alton, voor een boodschap. Of gewoon voor hun plezier. Dan struinden ze door de bossen en velden bij Chawton, met de zomen van hun rokken nat en bemodderd.

Ik kan het niet helpen, ik stel me Jane graag voor met de modder duimendik op haar onderrok . Net als Lizzy Bennet in Pride and Prejudice. Vorig jaar rond deze tijd was ik in Engeland. Ik bezocht leuke, kleine boekwinkels net als altijd. Ik dronk zoals gewoonlijk thee in charmante tea rooms, dwaalde een dag door Londen, ging naar Chawton en bezocht landhuizen van de National Trust. Allemaal bekend en vertrouwd. En toch was er iets anders.

Uitheems?

Bij Uppark House in Petersfield besefte ik ineens wat het was. Het waren de blauwe bloempjes die overal het landschap kleurden. Bluebells. Zo kende ik ze. En ik had ze ook wel eerder gezien. Maar nooit zo overdadig in het wild. Ik wist ook niet wat de Nederlandse naam was. En dus zocht ik het op. In het Nederlands zijn het boshyacinten of wilde hyacinten.

Ik was in Engeland omdat ik de laatste hand legde aan mijn boek. En ter plekke besloot ik dat de bluebells een plaats moesten krijgen in de verhaallijn van Cassandra. Maar, kwamen ze eigenlijk al wel voor in de tijd van de Austens? Of was het een uitheemse soort die toen nog niet was geïntroduceerd? Ik appte mijn beste vriend – laten we hem PJ noemen – die vraag. Hij heeft niet alleen groene vingers, maar ook veel naslagwerken over planten en hun oorsprong. Gelukkig kreeg ik van hem al snel antwoord: ja, ze groeiden ook begin negentiende eeuw al in Engeland.

Lees verder onder de afbeelding

Waardevol

Zo komt het dat ik op het laatste moment nog bluebells aan het verhaal toevoegde. Slechts een klein element, maar voor mij een waardevol detail. Planten, en vooral bloemen, geven kleur aan het decor. En zoals gezegd, ik zie het helemaal voor me. Hoe die zussen er samen op uit trokken. En hoe Jane – zonder twijfel de avontuurlijke van het stel – telkens van het pad af ging om de eerste voorjaarsbloemen te plukken.

Van PJ kreeg ik in het najaar een zak met bloembollen. En nu wacht ik ongeduldig tot er vijftig bluebells bloeien in de tuin. Dan is het écht lente.

Over de makers van Happy Jane Year

Boekenmakers en boekenliefhebbers, dat zijn Anke Werker (schrijver) en Sanne van der Bruggen (illustrator) al zo lang ze zich kunnen herinneren. En bewonderaars van Jane Austen. Samen belichten ze hier van maand tot maand ‘Something very Austen’ en brengen daarmee hun fascinatie en liefde voor de schrijfster tot leven in woord en beeld.