Lieve J,

Het valt niet mee.
Ik zit maar te denken
Wat ik jou nou moet schenken.
Wilde jij een handboor?
Of was die voor tante Noor?
De glitter-gelpennen, die zijn natuurlijk voor jou!
Ik pak ze in, en gauw –

Sorry! Ik hoef jou natuurlijk geen gedicht te sturen. Ik ben helemaal de kluts kwijt. Nog vier dagen, dan is het 5 december. Als ik niet werk, of kook, of slaap, ben ik bezig met inkopen doen, cadeautjes inpakken, surprises maken en gedichten schrijven. Nee hè, nu zit mijn mouw aan de stoomboot vastgeplakt –

Je houdt erg van tuinieren.
Deze schuimspaan zal je vast plezieren.
Hij verwijdert verf en lijm.
Nou schrijf ik alweer op rijm.

Het spijt me dat ik zo onsamenhangend ben. Ik heb mijn mouw los kunnen stomen. En terwijl ik daarmee bezig was, liep Coco (de poes, je weet wel) door de gouden verf van de staf. Een heel spoor van pootjes van de keukentafel naar de piano! Wacht even, mijn jongste roept.

Of ze haar schoen mocht zetten. Bij het Sinterklaasjournaal heeft de Hoofdpiet gezegd dat ieder kind vanavond zijn schoen mag zetten. Tja, en als de Hoofdpiet het zegt, kun je daar als moeder niets tegen inbrengen. Moet ik vanavond laat niet vergeten om de wortels uit de schoen te halen en er een pakje in te stoppen.

Maar waar was ik? O ja, de drukte voor 5 december. En weet je wat het ergste is? Je werkt je drie slagen in de rondte, en wie gaat er met de eer strijken? Die man met die witte baard, uit Spanje.

Zo’n fictief persoon.
Dat is toch niet gewoon?
Wie bedenkt zoiets ridicuuls?
Misschien was het ome Jules.

(Ik heb helemaal geen ome Jules, maar anders rijmt het niet.) Wees maar blij dat jullie geen Sinterklaas vieren. Het scheelt je een heleboel stress. Zeg, het schiet me nu te binnen: jij bent toch goed met gedichten? Je schreef zo’n mooi felicitatievers voor F, bij de geboorte van zijn zoon. Kun je me niet een dagje komen helpen?

En nu is dit wel klaar.
Veel plezier ermee en tot volgend jaar!

Liefs,
A

Anke Werker en Rick de Haas


‘Follies and nonsense, whims and inconsistencies do divert me, I own, and I laugh at them whenever I can.’
Met dit citaat van Jane Austen (1775-1817) als motto schrijft Anke Werker (1972) brieven aan deze schrijfster. Een reactie verwacht ze niet. Wel hoopt ze antwoord te vinden op de vraag hoe anders de wereld van nu is in vergelijking met twee eeuwen geleden. En, is die wereld wel zo anders? Illustrator Rick de Haas voorziet de brieven van commentaar in beeld.